Scan van een bladzijde uit het genoemde boek met medewerker Ada Bakker.
Scan van een bladzijde uit het genoemde boek met medewerker Ada Bakker. (Foto: )

Boek over het opvangen van mensen

Het boekje '40 jaar Elckerlyc 1979 – 2019' staat bol van sympathieke verhalen. Kern ervan is de oprichting en het wel en wee van het opvangen van mensen die om uiteenlopende redenen minder gelukkig in het leven staan: een opvanghuis dus.

door Frans Assenberg

Vlaardingen - Maar, hoe begin je daarmee? "Door verder te kijken dan je neus lang is," geeft initiatiefnemer An van der Hoeven aan op de achterkant van het mooie witte boek. "Te luisteren naar de reden waarom iemand op straat leeft en te concluderen dat je eigen huis te klein is." Wijze woorden van iemand die niet thuis op de bank bleef zitten, maar zich in 1979 inzette om dit probleem actief aan te pakken. An: "We woonden in de Pieter Karel Drossaartstraat in de Vettenoordse Polder met mijn gezin. Tegenover ons huis was het JAC, het Jongeren Advies Centrum. En daar liepen wel eens jongeren weg. Zonder te weten waarheen. Mijn man en ik namen af en toe een jongere tijdelijk in huis. Om even op adem te komen."

Maanden

Tijdens haar werk in het buurthuis De Pijpelaar zat er een vrouw met twee jongetjes op de stoep. An gaat met hen naar het stadhuis om opvang te regelen: "Als we toen geweten hadden hoeveel maanden overleggen en overtuigen er nodig zouden zijn om toestemming te krijgen, weet ik niet of het opvanghuis er ooit was gekomen. De toenmalige wethouder zei doodleuk dat een dergelijke opvang niet nodig was! Toen er weer een vrouw op de stoep zat met haar kinderen, hebben we de wethouder gebeld om te vragen of we hen bij haar konden onderbrengen." Ineens kwam de brief dat een opvanghuis kon worden geregeld.

Noodopvang

Er kwamen twee eengezinswoningen vrij en met geleend geld van de Sociale Dienst en de hulp van vrijwilligers verbouwt men de woningen en van alle kanten krijgen de initiatiefnemers huisraad aangeboden. In april 1979 wordt de organisatie Noodopvang Centrum Vlaardingen (NOC) opgericht en An van der Hoeven wordt de eerste vrijwilliger in loondienst. De 40 vrijwilligers van het centrum hebben qua leeftijd en opleiding diverse samenstelling. Mariëtte Hoogendijk, gemeenteraadslid (VVD) en later wethouder, wordt bestuurslid van het eerste uur. Zij zegt in het boek over An: "Echt een kei van een vrouw. Zij signaleerde al snel dat er vaak meer aan de hand was met de mensen die wij opvingen. Alleen een bed voor zes weken was volgens An niet voldoende. Er moest meer worden geboden." Trees Dijkstra ging daarop lobbyen bij het Ministerie van WVC voor een structurele subsidie. Dat lukte en vanaf 1985 werd het NOC rechtstreeks door WVC gesubsidieerd. Voor deze instelling een belangrijke ontwikkeling.

Het boek is feitelijk een hommage aan deze wijze van dienstverlening. Het was de actieve tekstschrijver Marleen Bos die ervoor zorgde dat er een goed leesbaar en empathische werkstuk van de persen rolde, terwijl Maarten Roukema op zijn eigen wijze de fotografie voor zijn rekening nam. Door de opbouw via interviews te laten lopen komt het onderwerp mooi naar voren en is het een uitgebalanceerd geheel. Heel jammer is dat Mariëtte Hoogendijk-van Holst Pellekaan het verschijnen van het boek niet meer meemaakte: zij overleed in maart 2019. Een gewaardeerde bestuurder. Een mooi 40-jarig jubileum en een prachtig boek. Tot slot. Het is Mila Kalika die het opvangwerk met een kernachtig zin samenvatte: "Zoek hulp. Pak je leven op en ga verder!"

Meer berichten