De Geuzen in Buchenwald en de terugkeer van een zakhorloge


<p>De eigendommen van de Geus Gijs Bakker (uit de Stationsstraat 100) die hij via het Rode Kruis terug in bezit kreeg. (Foto: Hans Bakker)</p>

De eigendommen van de Geus Gijs Bakker (uit de Stationsstraat 100) die hij via het Rode Kruis terug in bezit kreeg. (Foto: Hans Bakker)

(Foto: )

De Geuzen in Buchenwald en de terugkeer van een zakhorloge

Jan Anderson bespreekt een bijzonder voorwerp uit de collectie van zijn Streekmuseum in plaats van de wekelijkse oorlogsfoto.

VLAARDINGEN - "Een groep van 156 gearresteerde Geuzen kwam niet aan bod tijdens het Geuzenproces. Ze ontliepen daarmee de kans op de doodstraf, maar ze werden wel zonder proces naar concentratiekamp Buchenwald gestuurd. Daar kwamen ze als een van de eerste groepen verzetsstrijders aan. Sinds 9 oktober 1940 was er in Buchenwald ook een groep van 320 Nederlandse gijzelaars ‘opgeborgen'. Als straf, omdat sinds 10 mei 1940 alle Duitsers die in Nederlands-Indië waren gearresteerd om te voorkomen dat ze eventueel tegen het Nederlands gezag zouden optreden. Toen de Japanners uiteindelijk ook Nederlands-Indië veroverden, werden de gijzelaars in Buchenwald vrijgelaten. Omdat (de latere minister-president) Willem Drees een zwakke maag had, werd hij na één jaar Buchenwald op transport gesteld naar Nederland. Er was in die tijd een zeer gemêleerd gezelschap uit de bovenlagen van de Nederlandse bevolking in Buchenwald gevangengezet en de groep bestond uit veel verschillende beroepen, waaronder elf geestelijken en zeventien leden van de Staten-Generaal. Er werden dagelijks lezingen gegeven door de vele professoren en bestuurders die daar geïnterneerd waren. Drees schrijft dat in een van de barakken een groep Geuzen aankwam die uiteraard een andere behandeling kreeg dan de gijzelaars, maar zich stoer en monter gedroeg na de gevangenisstraf in Scheveningen. Omdat zich onder de Geuzen veel vaklieden bevonden, kregen velen een taak in de keukens of de gebouwen van de SS buiten het kamp, het zogenoemde "villawijkje”. Ze werden te werk gesteld als schilder, kapper, schoenmaker of in de SS-garage. Bij binnenkomst moesten zij alle eigendommen en kleren inleveren en kregen ze als gevangenen het blauwwitte concentratiepak en een paar klompen uitgereikt. Zo ook de Vlaardingse Geus Gijs Bakker. Hij moest zijn gouden zegelring en zijn horloge met ketting inleveren en dat werd "gründlich” geregistreerd en opgeborgen. Zeer verbaasd was Gijs toen hij in 1947 via het Rode Kruis een enveloppe kreeg met daarin de van hem afgenomen voorwerpen. Op een van de enveloppes stond "onbekend of hij dood is”. Toen hij suppoost werd in ons museum bij het schoolbezoek in 1983, bracht hij de twee zakjes mee met het horloge; de gouden zegelring hield hij uiteraard zelf. Het geheel is nu te zien in het Streekmuseum en weer werd een stukje geschiedenis van Vlaardingen zorgvuldig bewaard."

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden